Skip content

Algemene info College

Het College van Beroep is een onafhankelijke instantie die rechtszaken behandelt op het terrein van het hoger onderwijs (hogescholen en universiteiten). Het College wordt gevormd door twaalf rechters die worden ondersteund door een bureau.

Wat doet het College?

Een student kan in beroep gaan als hij het niet eens is met een beslissing van een orgaan van een instelling meestal het college van bestuur of een uitspraak van het college van beroep voor de examens [CBE]. Het doet daarover een einduitspraak.

Het kan bijvoorbeeld gaan over:

  • collegegeld of examengeld; financiële ondersteuning; vrijstellingen;
  • decentrale selectie; 
  • bindend negatief studieadvies;
  • overtreding van de huisregels en ordemaatregelen van de instelling;
  • toelating tot de bachelor- of masteropleiding;
  • iudicium abeundi;
  • uitspraken samenhangend met examens.

Hoe werkt het College?

Als een student het niet eens is met een beslissing van het college van bestuur moet hij eerst bij de eigen instelling een bezwaarschriftprocedure instellen. Dat kan vaak via een klachtenloket, loket rechtsbescherming o.i.d.  Informatie over een dergelijke procedure kan daar worden opgevraagd.

Wanneer de student het niet eens is met de uitkomst van deze procedure, kan hij beroep instellen bij het College. 

Als een student het niet eens is met een beslissing van een examinator of de examencommissie moet hij eerst in beroep gaan bij het college van beroep voor de examens van de eigen instelling. Ook dat kan eventueel via het klachtenloket, loket rechtsbescherming. Nadere informatie over dee procedure kan worden opgevraagd bij de eigen instelling.

Van een uitspraak van het CBE kan de student direct in beroep bij het College. In alle gevallen moet dat schriftelijk worden gedaan. Vanaf dat moment duurt het ongeveer vier maanden voordat er uitspraak wordt gedaan.

Voordat een zaak wordt behandeld, wordt de zaak eerst schriftelijk voorbereid. Dit betekent dat de student het griffierecht op tijd betaalt en dat de instelling de gelegenheid krijgt verweer te voeren tegen de door de student ingebrachte gronden. Daarna volgt een zitting. Een zaak wordt in beginsel door drie rechters behandeld. Een zaak kan ook worden doorverwezen naar een enkelvoudige kamer. Zowel de student als het cllege van bestuur, de examniator, de examencommissie of het CBE krijgen de mogelijkheid hun standpunten toe te lichten. Voor een zaak wordt twintig minuten uitgetrokken, soms loopt het uit.

Het College houdt tijdens de zitting het “ nieuwe “ procederen aan, partijen krijgen meestal eerst 5 minuten om hun zaak toe te lichten - niet herhalen wat reeds schriftelijk naar voren is gebracht - dan volgen de vragen van de leden van het College. Eventueel kan de volgorde door de voorzitter omgedraaid.

Er komt niet altijd een zitting. Is een zaak heel erg duidelijk, dan kan de voorzitter een uitspraak doen buiten zitting. Tegen zo’n uitspraak kan verzet worden gedaan en kan de student zijn argumenten alsnog tijdens een zitting uiteenzetten.

Spoed

Soms komt het voor dat er op korte termijn een uitspraak nodig is. Dit is vergelijkbaar met een kort geding. Officieel wordt een dergelijke procedure ‘een voorlopige voorziening’ genoemd. Voorbeeld: een student wordt de toegang tot de instelling ontzegd, terwijl zijn (herhalings)tentamens een paar dagen later zijn. In zo’n zaak kan binnen enkele dagen tot twee weken een zitting worden belegd en uitspraak gedaan.

Advocaat

Het is niet verplicht een advocaat in te schakelen. Wel is het verstandig een juridisch deskundige in de arm te nemen.

Kosten

Het instellen van een beroep of het vragen van een voorlopige voorziening kost € 46 (2017) per zaak. Dit is het zgn. griffierecht. Als een student in het gelijk wordt gesteld, krijgt hij dit bedrag terug, alsmede een forfaitaire vergoeding voor eventuele proceskosten wanneer een advocaat de student heeft bijgestaan.

Klachtenregeling

Klachten kunnen schriftelijk worden ingediend bij de voorzitter van het College.