Skip content

Procesregels

Inleiding Procesregels

Algemene procesregeling

Het College van Beroep voor het hoger onderwijs te Den Haag heeft onderstaande regels opgesteld met het oog op het verschaffen van duidelijkheid over de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de Awb opgenomen procesrecht. Algemeen uitgangspunt is het streven naar een zo kort mogelijke gemiddelde behandelduur van aanhangige beroepszaken.

Algemeen

Correspondentie

Partijen worden verzocht alle schriftelijke stukken in tweevoud in te dienen en in correspondentie met het College het zaaknummer alsmede naam, telefoon- , fax- en e-mailgegevens van de behandelend beambte te vermelden.

Termijnen

Voor het indienen van de stukken en het verweerschrift, het leveren van commentaar en het beantwoorden van verzoeken om inlichtingen geldt in beginsel een termijn van vier weken. Tenzij daarbij anders is vermeld, vangt deze termijn aan met ingang van de dag na dagtekening van de brief waarin de termijn wordt gesteld. Het College kan voor het leveren van commentaar en het beantwoorden van verzoeken om inlichtingen ook kortere termijnen stellen.

Uitstel van deze termijnen wordt alleen bij wijze van uitzondering gegeven. Indien de gestelde termijn niet kan worden gehaald, kan de partij uiterlijk tot zeven dagen voor het einde van de termijn gemotiveerd uitstel verzoeken voor ten hoogste vier weken. Indien een partij niet om uitstel verzoekt binnen de gestelde termijn, wordt het verzoek afgewezen.

In geval van overschrijding van een termijn kan het College ingevolge artikel 8:31 daaruit de gevolgtrekkingen maken die het geraden voorkomt.

In afwijking van het bovenstaande geldt dat indien vragen zijn gesteld, terwijl de zittingsdatum aan partijen gelijktijdig wordt meegedeeld, van de gestelde termijn geen uitstel wordt verleend.

Artikelsgewijs

6:5 Het indienen (zie ook 8:42)

Advocaten worden verzocht melding te maken van verstrekte toevoegingen.

Beroep wordt schriftelijk ingesteld per post of per fax. Vooruitlopend daarop kan een beroepschrift per e-mail aan het College worden gezonden (uitsluitend pdf en word-bestanden).

6:6 Herstel verzuimen

Indien een beroepschrift zonder beroepsgronden is ingediend en de gronden van het beroep niet binnen de daartoe door het College gestelde termijn van vier weken zijn ingediend en evenmin binnen die termijn om uitstel is verzocht, kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. De indiener wordt hierop in de ontvangstbevestiging gewezen. (zie algemeen: termijnen)

6:14 lid 2 Kennisgeving van beroep aan bestuursorgaan

Binnen drie werkdagen na de ontvangst van het beroepschrift bevestigt het College de ontvangst daarvan en stelt het College het bevoegde orgaan van de instelling op de hoogte van de indiening. Indien het beroep wordt ingesteld door of namens een ander dan de geadresseerde van de  bestreden beslissing of de primaire beslissing, zal het College de geadresseerde zo spoedig mogelijk in kennis stellen van het ingestelde beroep.

6:17 Toezending stukken aan gemachtigde

Een partij die zich laat vertegenwoordigen door een gemachtigde, wordt voor de te voeren correspondentie geacht domicilie gekozen te hebben ten kantore van de gemachtigde. Alle stukken, met uitzondering van oproepingen voor de eiser persoonlijk zullen alleen naar de gemachtigde worden gezonden. De gemachtigde wordt door het College in kennis gesteld van oproepingen voor de eiser persoonlijk.

6:18 lid 2 Intrekking of wijziging besluit hangende bezwaar of beroep

De mededeling dat een nieuwe beslissing is genomen, dient binnen maximaal drie werkdagen na de bekendmaking daarvan aan het College te worden gedaan. Hierbij dient een afschrift van de nieuwe beslissing te worden meegezonden.

Het orgaan van de instelling wordt verzocht bij een nieuw beslisssing hangende beroep duidelijk aan te geven of, en zo ja in hoeverre, de bestreden beslissing wordt ingetrokken.

6:20 lid 3 Het niet tijdig nemen van beslissingen

De mededeling dat alsnog een beslissing is genomen, dient binnen maximaal drie werkdagen na de bekendmaking daarvan aan het College te worden gedaan. Hierbij dient een afschrift van de beslissing te worden meegezonden.

8:10 Enkelvoudige of meervoudige behandeling

Bij een uitnodiging voor een zitting vermeldt het College of de zaak door een enkelvoudige dan wel een meervoudige kamer wordt behandeld. Uitgangspunt is behandeling in een meervoudige kamer.

8:14 Gevoegde behandeling

Het College verzoekt partijen om spontane signalering van samenhangende beroepszaken, teneinde zo mogelijk gevoegde behandeling te laten plaatsvinden.

In de uitnodiging voor de zitting wordt indien nodig van een gevoegde behandeling mededeling gedaan.

8:24 Machtiging

Organen van de instelling kunnen permanente machtigingen aan de voorzitter van het College zenden.

8:32 lid 1 Beperkte kennisneming

Het College verzoekt een orgaan van de instelling spontaan aan te geven of zich in het dossier stukken bevinden waarop medische geheimhouding als bedoeld in dit artikel toepassing zou kunnen vinden.

8:37 lid 1 Verzending van stukken

Alle in dit lid genoemde stukken zullen door het College worden verzonden bij aangetekende brief.

8:41 Griffierecht

Het verschuldigde griffierecht van € 46 [2016] per zaak of verzoek kan worden voldaan op bankrekeningnummer NL93 INGB 070 500 3949 , t.a.v. Het College van Beroep voor het hoger onderwijs, Postbus 16137, 2500 BC ‘s-Gravenhage, onder vermelding van: Griffierecht en zaaknummer. 

8:42 De stukken en het verweerschrift (zie algemeen: termijnen)

Nadat aan de eisen van artikel 6:5 is voldaan en dus ook de gronden van het beroep zijn aangevoerd, verzoekt het College het orgaan van de instelling de op de zaak betrekking hebbende stukken in te zenden en een verweerschrift in te dienen, tenzij de indiener uitdrukkelijk verzoekt om het toezenden van de stukken alvorens de gronden aan te vullen. Zo nodig kunnen de gronden in de loop van de procedure nog worden aangevuld.

Stukken dienen door het orgaan van de instelling/CBE te worden ingezonden uiterlijk binnen de termijn van zes weken na de dag van verzending van het beroepschrift aan het orgaan.

Hierbij dienen alle aan debestreden beslissing voorafgaande stukken, inclusief de reeds overgelegde stukken, in een chronologische althans volgens het orgaan van de instelling logische volgorde te worden ingezonden. Het CBE legt het betreffende dossier over. Voorts dient het orgaan van de instelling standaard uitgebrachte adviezen en de van toepassing zijnde lagere regelgeving (met toelichting), beleidsregels en delegatie- c.q. mandaatregelingen, zoals deze luidden ten tijde van belang, over te leggen.

Het verweerschrift dient conform artikel 8:42 in elke zaak te worden ingediend.

8:43 Repliek, dupliek, uiteenzetting derde-belanghebbende (zie algemeen: termijnen)

Het College zal aan de hand van het verweerschrift bepalen of de indiener in de gelegenheid wordt gesteld te repliceren. Het staat partijen vrij om tot sluiting van het onderzoek te reageren op processtukken.

8:44 Comparitie van partijen

Het College zal een oproeping voor een comparitie van partijen tenminste één week voor de comparitie verzenden. Hierbij zal het College zo mogelijk melden met welk doel overgegaan wordt tot een comparitie.

8:45 Schriftelijke inlichtingen geven (zie algemeen: termijnen)

8:52 Versnelde behandeling

Bij de toepassing van dit artikel inzake de versnelde behandeling zal het College de in dit artikel genoemde termijnen bekorten tot, en de in artikel 8:43 genoemde termijnen vaststellen op twee weken. Uitzondering hierop is de termijn voor het betalen van griffierecht (zie algemeen, termijnen). Het College zal niet afzien van het in de gelegenheid stellen van de derde-belanghebbende om een schriftelijke uiteenzetting als bedoeld in artikel 8:26, lid 2, over de zaak te geven.

Op beslissingen inzake decentrale selectie en beslisingen van het college van beroep voor de examens waaronder die inzake inzake een bindend negatief studieadvies is de versnelde behandeling altijd van toepassing.

8:56 Uitnodiging zitting, uitstel

Indien partijen zijn uitgenodigd c.q. opgeroepen voor de behandeling ter zitting, zal deze behandeling in beginsel niet op verzoek van partijen worden uitgesteld. Onder zeer bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. Een verzoek tot uitstel dient nadat de zittingsdatum aan partijen bekend is gemaakt per ommegaande te worden gedaan.

8:58 Indienen nadere stukken voor zitting

Van de wettelijke termijn voor het indienen van stukken voor de zitting zal alleen worden afgeweken indien:

  • partijen daartegen geen bezwaar hebben;
  • die stukken naar het oordeel van het College redelijkerwijs niet eerder ingezonden konden worden, of
  • de wederpartij daardoor naar het oordeel van het College niet in zijn processuele belangen is geschaad.

8:75 Proceskostenveroordeling

Het College zal voor zover daartoe bevoegd het Besluit Proceskosten Bestuursrecht ambtshalve toepassen ten aanzien van de kostenpost vermeld in art. 1 onder a. (kosten van rechtsbijstand). Toepassing van de overige kostenposten geschiedt alleen op verzoek van een partij. Deze kosten (kosten bij partijgetuige/-partijdeskundige, reis- en verblijfkosten, verletkosten en kosten uittreksels enz.) moeten uiterlijk op de zitting zijn aangetoond,

Bijzondere regels voorlopige voorzieningen

Van de hiervoor vermelde regels zijn de algemene regels alsmede van de artikelsgewijze regels, de regels bij 6:5, 6:6, 6:14.2, 8:41, 8:58 en 8:71 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van de daar genoemde termijnen de door de secretaris vermelde termijnen gelden.

6:5 Opvragen stukken

De stukken of het dossier worden bij verweerder direct na ontvangst van het verzoekschrift opgevraagd.

Toezending van stukken door partij aan wederpartij.

Bij verzoeken om een voorlopige voorziening gaat het College ervan uit dat de partijen van de stukken die binnen drie werkdagen voor de zitting aan het College worden gezonden, een afschrift aan de wederpartij stuurt.

8:81 Behandeling ter zitting

Het College streeft ernaar de verzoeken om een voorlopige voorziening te behandelen binnen een termijn van twee weken. Indien de betrokken belangen naar het oordeel van een partij een (nog) snellere behandeling noodzakelijk maken, dient zulks beargumenteerd te worden aangegeven. Partijen dienen bij het verzoek dan wel zo spoedig mogelijk daarna hun verhinderdata schriftelijk door te geven.

8:83.1 Inzending van stukken

De termijn van inzenden van de stukken door het orgaan van de instelling bedraagt maximaal vijf werkdagen, tenzij de spoedeisendheid van de zaak een kortere termijn vereist.