Skip content

2016/262/CBE

Beroep tegen de beslissing van het CBE van de Hogeschool van Amsterdam, waarbij het beroep van appellant tegen de beslissing van de examencommissie hem namens de domeinvoorzitter een bindend negatief studieadvies te verstrekken voor de opleiding HBO ICT, ongegrond is verklaard.

Zaaknummer: 2016/262
Zittingsdag: Vrijdag 24 maart 2017
Datum uitspraak: 11-05-2017
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen:

2.5.1 Zoals het College eerder heeft overwogen (uitspraak van 28 juli 2014 in zaak nr. 2014/032 (www.cbho.nl)), is de termijn, opgenomen in artikel 7.61, vierde lid, van de WHW geen fatale termijn, maar een termijn van orde. Door het overschrijden van die termijn is de beslissing dan ook niet onrechtmatig.
2.5.2 De beoordeling van het project FYS van appellant valt buiten de omvang van dit geding, nu dit beroep niet op die beoordeling maar slechts op het BNSA ziet. Het College zal daarom niet ingaan op het door appellant daarover voorgedragen betoog.
2.5.3 Ter zitting van het College is namens het CBE toegelicht dat de toetsroosters reeds bij aanvang van het studiejaar op het intranet worden geplaatst. Het tentamenrooster van de herkansingen van blok 4 is dus ruim op tijd bekend gemaakt. Op een later moment worden de exacte tijden en locaties toegevoegd. Ook de inlevermomenten van het project FYS waren ruim tevoren bekend. Dat het inlevermoment voor de herkansing van het project FYS enkele dagen na de toetsen van blok 4 was, maakt het programma niet onvoldoende studeerbaar, nu een student zijn planning met inachtneming van die data kan inrichten. Evenmin maakt de omstandigheid dat de herkansingen van blok 4 op één dag waren het programma onvoldoende studeerbaar, nu het in dit geval ging om slechts twee tentamens. Voor zover appellant aanvoert dat het niet relevant is dat hij niet steeds tussentijds resultaten heeft geüpload voor het project FYS, overweegt het College dat, hoewel die resultaten niet werden beoordeeld, de verplichting om tussentijds resultaten te uploaden wel waarborgt dat een student zijn werk voor het project over een langere periode spreidt. Ter zitting is verder namens het CBE toegelicht dat bij het klachtenloket behalve de klacht van appellant geen klachten over het project zijn binnengekomen. Ook is toegelicht dat twee assessoren van het project inderdaad niet meer werkzaam zijn bij de hogeschool, maar dat de oorzaak daarvan niets met het project FYS van doen heeft.
Gelet hierop, heeft het CBE mogen overwegen dat het programma niet onvoldoende studeerbaar was en de examencommissie appellant een BNSA heeft mogen geven.
Het betoog faalt.

Downloads