Skip content

2017/023/CBE

Beroep tegen het besluit van het CBE van de Universiteit Leiden, waarbij het beroep van appellant tegen de beslissing van de examencommissie om geen dispensatie te verlenen van het verstrijken van de geldigheidsduur van tentamens en studieresultaten alsmede tegen de weigering een diploma voor de ongedeelde opleiding te verstrekken, ongegrond is verklaard.

Zaaknummer: 2017/023
Zittingsdag: Woensdag 12 april 2017
Datum uitspraak: 19-07-2017
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen: 2.4.1. Niet in geschil is dat de geldigheidsduur van de resultaten van alle door appellant behaalde onderwijseenheden in 2009 is vervallen. Appellant wenst met zijn verzoek om dispensatie een verlenging van de geldigheidsduur van alle door hem behaalde onderwijseenheden, zodat hij, na afronding van de wetenschapsstage, een diploma uitgereikt kan krijgen voor de ongedeelde opleiding Geneeskunde.
In dat kader stelt het College vast, zoals verweerder heeft overwogen, dat een doctoraalexamen voor de ongedeelde opleiding Geneeskunde, gelet op artikel 7.3 van de OER 2015-2016, tot 1 september 2016 kon worden afgelegd en dat na die datum, aldus de examencommissie, de accreditatie van deze ongedeelde opleiding Geneeskunde is vervallen. Appellant is hierop gewezen in het jaar 2015. Verder staat vast dat het laatst geregistreerde studieresultaat van appellant dateert van 3 juli 2008.
2.4.2. Naar het oordeel van het College heeft verweerder de examencommissie mogen volgen in haar standpunt dat niet is gebleken dat de medische kennis, vaardigheden en competenties van appellant zijn getoetst of zijn onderhouden sinds dat laatst geregistreerde studieresultaat. Hoewel appellant heeft uitgelegd dat hij in schrijnende omstandigheden verkeerde en als gevolg daarvan een periode niet actief is geweest, heeft verweerder, de examencommissie volgend, deze omstandigheden terecht niet doorslaggevend geacht. Daarbij heeft verweerder veel belang mogen hechten aan de verantwoordelijkheid die de examen¬commissie heeft bij de afgifte van diploma’s gezien het civiele effect dat aan zo’n diploma voor de opleiding Geneeskunde is verbonden.
Voor zover appellant zich niet kan verenigen met het door de examencommissie gedane schikkingsvoorstel, waarbij appellant in de gelegenheid is gesteld dat na het succesvol afleggen van de Voortgangstoets niveau MM12 een Bachelordiploma Geneeskunde kan worden verstrekt, overweegt het College dat hij de rechtmatig¬heid van dit schikkingsvoorstel niet kan beoordelen. Het College kan zich slechts buigen over de beslissing van verweerder verzonden op 19 december 2016, voor zover daarbij de afwijzing van het verzoek om dispensatie is gehandhaafd. Daarom zal het College voorbij gaan aan het betoog dat dit schikkingsvoorstel niet passend is voor de situatie van appellant.
Het College komt tot de slotsom dat verweerder de beslissing om het verzoek tot verlenging van de geldigheidsduur van de onderwijsresultaten op goede gronden in stand heeft gelaten.

Downloads