Skip content

2017/026/CBE

Beroep tegen de beslissing van het CBE van de Technische Universiteit Delft waarbij het beroep van appellant tegen het aan hem door de decaan van de Faculteit Luchtvaarttechniek en Ruimtevaarttechniek gegeven BNSA voor de opleiding AerospaceĀ Engineering.

Zaaknummer: 2017/026
Zittingsdag: Woensdag 12 april 2017
Datum uitspraak: 04-05-2017
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen:

2.5. Uit de door appellant overgelegde verklaring van een studentenpsycholoog van de universiteit blijkt dat hij zich heeft aangemeld omdat volgens hem zijn psychische klachten hem belemmeren bij de studie. Uit die verklaring blijkt niet dat de psycholoog heeft vastgesteld dat appellant door de psychische klachten zeer verminderd studiebelastbaar was. Appellant heeft aldus niet aangetoond dat zijn psychische klachten een zodanige invloed hebben gehad op zijn studievoortgang dat die zijn volledige studievertraging verklaren. Over de door hem gestelde omstandigheden dat hij een langzame leerling is en hij wiskundige vakken moeilijk vindt, heeft appellant gesteld noch met stukken onderbouwd dat die verband houden met een ziekte of functiestoornis als bedoeld in artikel 2.1b van het Uitvoeringsbesluit. Er bestaat derhalve geen grond voor het oordeel dat de persoonlijke omstandigheden van appellant onvoldoende zijn meegewogen.
In het verweerschrift heeft het CBE toegelicht dat inschrijven voor een andere opleiding aan de Technische Universiteit Delft mogelijk was tot 1 oktober 2016. Na het ontvangen van het BNSA heeft appellant zich derhalve nog voor een andere opleiding kunnen inschrijven. Verder heeft het CBE in het verweerschrift toegelicht dat appellant zich slechts eenmaal, namelijk op 21 april 2016, tot de studieadviseur heeft gewend. De studieadviseur heeft appellant verwezen naar de studentenpsycholoog. Indien appellant meer begeleiding vanuit de universiteit wenste, had het op zijn weg gelegen zich eerder en vaker bij de studieadviseur te melden met een verzoek om hulp. Het is het College niet gebleken dat studenten onvoldoende worden voorgelicht over het BNSA en de gevolgen daarvan. Gelet daarop, ligt het op de weg van de student om zijn studievoortgang te bewaken en zo nodig tijdig om hulp dan wel advies te vragen.
Er bestaat geen grond voor het oordeel dat het CBE ten onrechte heeft overwogen dat de decaan appellant een BNSA heeft mogen geven. Gelet daarop bestaat evenmin grond om het verzoek om schadevergoeding dan wel andere compensatie toe te wijzen.
Het betoog faalt.

Downloads