Skip content

2017/028/CBE

Beroep tegen de beslissing van het CBE van Van Hall Larenstein Hogeschool waarbij het beroep van appellante tegen de onvoldoende beoordeling van de afstudeeropdracht (Thesis), ongegrond is verklaard.

Zaaknummer: 2017/028
Zittingsdag: Woensdag 12 april 2017
Datum uitspraak: 03-05-2017
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen: 2.4. Over het door appellante aangevoerde dat haar afstudeeropdracht een voldoende waard is en andere geslaagde studenten niet beter zijn dan zij, kan het College, gelet op het hiervoor weergegeven toetsingskader, geen oordeel geven. Hetgeen appellante heeft aangevoerd over de beoordeling van andere vakken, valt buiten de omvang van dit geding, dat slechts betrekking heeft op de beoordeling van de afstudeeropdracht.
Uit het beoordelingsformulier blijkt dat de afstudeeropdracht van appellante is beoordeeld door drie examinatoren. Zij hebben alle drie het beoordelingsformulier, waarop is vermeld dat appellante een 4.9 krijgt, ondertekend. Het beoordelingsformulier, noch de e-mails die appellante heeft overgelegd geven blijk van een oneerlijke of onjuiste behandeling van appellante. Zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat een van de examinatoren vooringenomen was, dan wel dat zij oneerlijk en onjuist is behandeld. Appellante heeft niet toegelicht op welke wijze de omstandigheden die zij stelt dat zij uit haar appartement is gezet en de door de Hogeschool alternatieve aangeboden woonruimte niet in orde was, de beoordeling van haar afstudeeropdracht onrechtmatig maken. Ter zitting van het College is namens het CBE toegelicht dat appellante ten tijde dat zij uit haar woonruimte moest haar scriptie reeds had ingeleverd.
Gelet op het voorgaande, bestaat geen grond voor het oordeel dat ten aanzien van de beoordeling van de afstudeeropdracht van appellante aan voorschriften van procedurele aard niet is voldaan.
Het betoog faalt

Downloads