Skip content

2017/088

Beroep tegen de beslissing van de Vrije Universiteit waarbij het bezwaar van appellant tegen de beslissing hem niet toe te laten tot de tweede ronde van de decentrale selectie Geneeskunde voor het studiejaar 2017-2018, ongegrond is verklaard.

Zaaknummer: 2017/088
Zittingsdag: Vrijdag 28 juli 2017
Datum uitspraak: 03-08-2017
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen: 2.3. Ter zitting bij het College heeft verweerder toegelicht dat de derde beoordelaar het scoreformulier verkeerd heeft begrepen en daardoor onjuist heeft ingevuld. Met voormelde aanduiding ‘waar’ heeft de derde beoordelaar uitsluitend beoogd aan te geven dat hij de relevantie van de werkzaamheden van appellant heeft gecontroleerd. Het CvB heeft toegelicht dat de derde beoordelaar desgevraagd heeft uitgelegd dat hij van oordeel was dat de door appellant verrichtte werkzaamheden niet voldeden aan de vereisten voor het toekennen van punten, nu hiervoor is vereist dat er rechtstreeks contact is met patiënten, en hiervan in het geval van appellant geen sprake is geweest.
2.3.1. Het College volgt appellant niet in zijn betoog dat de derde beoordelaar, gelet op voormelde aanduiding ‘waar’, kennelijk van oordeel is geweest dat zijn werkzaamheden relevant zijn voor de toekenning van punten. Wat betreft de uitleg van het ingevulde scoreformulier volgt het College de hiervoor weergegeven toelichting van verweerder. Hiervoor is redengevend dat die toelichting is gebaseerd op de nadere uitleg die de derde beoordelaar aan verweerder heeft gegeven, en deze toelichting verder strookt met het feit dat de derde beoordelaar voor het betreffende onderdeel op het scoreformulier geen punten heeft toegekend.
2.4. Bij de beantwoording van de vraag of het CvB de werkzaamheden van appellant, in navolging van de derde beoordelaar, op goede gronden als niet relevant heeft aangemerkt, stelt het College voorop dat de wetgever met betrekking tot de decentrale selectie en met betrekking tot de daarbij in aanmerking te nemen bijzondere kwalificaties en selectiecriteria, aan het instellingsbestuur een grote beleidsruimte heeft toegekend.
2.4.1. Mede in aanmerking genomen deze grote beleidsruimte, is het College van oordeel dat het CvB in redelijkheid ervoor heeft kunnen kiezen werkervaring in de gezondheidszorg alleen met punten te belonen indien daarbij tevens sprake is geweest van rechtstreeks contact met patiënten (zie uitspraak CBHO 2010/040 van 20 december 2010, www.cbho.nl). Appellant heeft niet gesteld dat dergelijk rechtstreeks contact met patiënten onderdeel is geweest van de door hem verrichtte werkzaamheden. Gelet hierop heeft het CvB deze werkzaamheden, in navolging van de derde beoordelaar, in redelijkheid als niet relevant aangemerkt.

Downloads