Skip content

2017/093/CBE

Beroep tegen beslissing van CBE Erasmus universiteit Rotterdam, waarbij het beroep van appellant tegen de afwijzende beslissing van de examencommissie Rotterdam School of Management op het verzoek om een herbeoordeling van zijn masterthesis, ongegrond is verklaard.

Zaaknummer: 2017/093
Zittingsdag: Maandag 18 september 2017
Datum uitspraak: 06-11-2017
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen: 2.4.1 Dat het Examenreglement zich niet verzet tegen een herbeoordeling, betekent niet dat de examencommissie verplicht is daartoe over te gaan. Zoals het CBE ter zitting van het College heeft toegelicht voert de EUR het beleid dat een verzoek om herbeoordeling slechts wordt toegewezen als er een aanwijzing is dat er iets is misgegaan bij de beoordeling. Zo kan worden gedacht aan de situaties dat ernstige twijfels bestaan over de totstandkoming van het cijfer of de student onvoldoende feedback heeft gekregen. Ook heeft het CBE toegelicht dat de examinatoren de scriptie van appellant onafhankelijk van elkaar hebben beoordeeld. Na de mondelinge verdediging zijn zij vervolgens gezamenlijk tot het eindcijfer gekomen. Van strijd met artikel 5, tweede lid, van het Examenreglement is derhalve niet gebleken. Wat betreft het betoog dat de examinatoren vooringenomen waren, overweegt het College dat dit uitsluitend is gebaseerd op vermoedens van appellant. Hij heeft onvoldoende concrete aanknopingspunten naar voren heeft gebracht om te betwijfelen dat de examinatoren zonder vooringenomenheid hebben gehandeld. Voor zover appellant heeft aangevoerd dat examinator Wempe niet deskundig is, overweegt het College dat examinator Wempe uit hoofde van zijn aanstelling als docent wordt verondersteld deskundig te zijn en dat degene die het tegendeel stelt dit aannemelijk moet maken. Appellant is daarin niet geslaagd. De enkele stelling dat examinator Wempe zich niet goed had voorbereid en irrelevante vragen stelde, is daarvoor onvoldoende. Niet gebleken is dat de beoordeling onvoldoende transparant was. Het College acht aannemelijk dat appellant gedurende het afstudeertraject feedback van de examinatoren heeft gekregen. De masterthesis van appellant is verder beoordeeld aan de hand van een beoordelingsdiagram als door appellant bedoeld. Hierop staat aangegeven welke scores hij per dimensie heeft behaald. Appellant heeft het diagram via het zogenoemde TOP-systeem ontvangen. Verder heeft aansluitend op de beoordeling en na vaststelling van het cijfer door de examinatoren, een nabespreking tussen de examinatoren en appellant plaatsgevonden. De gedingstukken en het verhandelde ter zitting bieden verder geen grond voor het oordeel dat de motivering die aan het cijfer ten grondslag ligt, tegenstrijdig is. Het betoog dat de beoordeling feitelijk onjuist is, kan, gelet op het in 2.1 weergegeven toetsingskader, niet leiden tot het ermee beoogde resultaat.
Gelet op het vorenstaande, komt het College, tot het oordeel dat het CBE de vaststelling van het cijfer terecht in stand heeft gelaten.
Het betoog faalt.

Downloads