Skip content

2017/095/CBE

Beroep tegen de beslissing van het CBE Hogeschool van Amsterdam, waarbij het beroep van appellant tegen de beslissing van de examencommissie van de opleiding Communication and Multimedia Design om in verband met geconstateerde fraude het tentamen Inleiding Programmeren ongeldig te verklaren en appellant uit te sluiten van de herkansing, ongegrond is verklaard.

Zaaknummer: 2017/095
Zittingsdag: Maandag 18 september 2017
Datum uitspraak: 06-11-2017
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen: 2.2.2 Het CBE heeft terecht geoordeeld dat de examencommissie op goede gronden heeft geconcludeerd dat sprake is van plagiaat. Het College acht het volgende van belang. Appellant heeft zijn code als screenshot ingeleverd, hetgeen niet was toegestaan. Deze wijze van inleveren staat bij de examencommissie bekend als een truc om de plagiaatscanner te omzeilen, omdat dit bestand niet leesbaar is door de door de hogeschool gebruikte plagiaatscanner Ephorus. De docent heeft het door appellant ingeleverde bestand omgezet naar een door de plagiaatscanner leesbaar bestand en het op plagiaat gecontroleerd. Daaruit kwam naar voren dat de door appellant ingeleverde code zeer grote gelijkenis vertoonde met die van de medestudent. De gehele code (de programmastructuur) was in exact dezelfde volgorde opgenomen. Alle functies kwamen overeen met die van de medestudent. De structuur van de codes was hetzelfde en slechts de variabelen en waarden waren aangepast. Ook de commentaren stonden op dezelfde plaats. Daarnaast was ook het concept van de code identiek aan die van de medestudent, terwijl studenten een open opdracht hadden gekregen en zij zelf het onderwerp en de wijze van realiseren van de opdracht mochten bepalen. Het College acht de kans zeer klein dat, nu het een vrije opdracht betrof, appellant bij toeval een identiek concept had gekozen. Verder heeft de docent op 29 augustus 2017 verklaard dat de structuur en het concept zoals appellant deze heeft gebruikt, niet in de lessen zijn behandeld. Het College ziet geen aanleiding deze verklaring in twijfel te trekken. Appellant heeft pas achteraf, tijdens de procedure bij het CBE, naar diverse bronnen verwezen. De examencommissie heeft de door appellant gebruikte informatie niet uit de bronnen kunnen afleiden. Dat appellant de twee tentamens voor het vak Inleiding Programmeren met goede resultaten heeft behaald, is in dit verband niet relevant. Van strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel is derhalve geen sprake.
Het betoog faalt in zoverre.
2.2.3 In de omstandigheid dat appellant (mede) als gevolg van de sanctie een bindend negatief studieadvies krijgt, heeft het CBE terecht geen grond gezien voor het oordeel dat de sanctie disproportioneel is, aangezien dat een omstandigheid is die appellant door zijn eigen handelen in het leven heeft geroepen (vergelijk de uitspraak van het College van 2 april 2015 in zaak nr. CBHO 2014/244; www.cbho.nl).
Ook in zoverre faalt het betoog.

Downloads