Skip content

2017/099/CBE

Beroep tegen de beslissing van het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool van Amsterdam waarbij het administratief beroep van appellante tegen de beoordeling van de (herkanste) eindopdracht, ongegrond is verklaard

Zaaknummer: 2017/099
Zittingsdag: Woensdag 27 september 2017
Datum uitspraak: 27-03-2018
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen:

2.4.2. Het College stelt vast dat appellante zich niet kan vinden in het toegekende cijfer voor de eindopdracht “Draaiboek”. Wat betreft dit soort beslissingen wijst het College erop dat hij, gelet op hetgeen onder 2.4.1 is overwogen, een beperkt toetsingskader heeft. Dit betekent dat het College niet, zoals appellante wenst, kan beoordelen of haar inhoudelijke argumentatie en een vergelijking van haar eindopdracht met de door haar overgelegde eindopdrachten van medestudenten moeten leiden tot een hoger cijfer. Evenmin kan het College ingaan op de inhoud van de eerdere beoordelingsformulieren, reeds omdat deze eerdere beoordelingen, zoals verweerder terecht heeft vastgesteld, in rechte vaststaan.
2.4.3. Niettemin overweegt het College over de herbeoordeling in het kader van het ingewilligde verzoek om een second opinion als volgt. Vaststaat dat appellante haar verzoek heeft vergezeld van een uitgebreide argumentatie en dat zij ter vergelijking eindopdrachten van medestudenten heeft overgelegd. Zoals verweerder verder terecht in zijn beslissing van 9 mei 2017 heeft geconstateerd, bevat het beoordelingsformulier dat is gebruikt voor het uitvoeren van de second opinion geen uitgebreide feedback. Het formulier bevat hier een daar een met de pen aangebrachte opmerking over de eindopdracht van appellante. Daaraan had verweerder, naar het oordeel van het College, de conclusie moeten verbinden dat de totstandkoming van de herbeoordeling niet inzichtelijk is geweest voor appellante en dat deze evenmin is voorzien van een deugdelijke motivering. Daarbij is ook van belang dat het, anders dan verweerder heeft overwogen, niet op de weg van appellante ligt om aannemelijk te maken dat de second opinion onzorgvuldig tot stand is gekomen, maar dat de besluitvorming zorgvuldig en inzichtelijk dient plaats te vinden.
Verweerder is gelet op het voorgaande dan ook ten onrechte tot de conclusie gekomen dat aan de formele voorschriften die bij of krachtens de WHW, de Awb of enig andere wet in formele zin zijn gesteld, is voldaan. Hij heeft de beslissing van de examinator van 6 september 2016 ten onrechte in stand gelaten.
Slotsom
2.5. Het beroep is gegrond. De beslissing van 9 mei 2017 dient te worden vernietigd. Doende hetgeen verweerder had moeten doen, zal het College met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb, het administratief beroep van appellante gegrond verklaren en de beslissing van de examinator van 6 september 2016 vernietigen. De examencommissie zal de eindopdracht van appellante opnieuw aan de examinator moeten voorleggen teneinde uitvoering te geven aan de second opinion. Hiermee is overigens niet gegeven dat aan appellante een hoger cijfer zou moeten worden toegekend.

Downloads