Skip content

2017/109/CBE

Beroep tegen de beslissing van het CBE van de Open Universiteit waarbij het administratief beroep van appellant tegen de beoordeling (cijfer 6) van het Empirisch afstudeeronderzoek klinische psychologie, ongegrond is verklaard.

Zaaknummer: 2017/109
Zittingsdag: Vrijdag 27 oktober 2017
Datum uitspraak: 07-11-2017
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen: 2.4. Bij een e-mail van 8 mei 2017 heeft een medewerker juridische zaken de door appellant ingediende reactie op het verweerschrift gestuurd aan de voorzitter en leden van het CBE die de zaak van appellant hebben behandeld. Voorts is ter zitting van het College door de secretaris van het CBE, verklaard dat de reactie in de beoordeling is betrokken. De enkele omstandigheid dat de reactie van appellant niet onder “procesverloop” in de beslissing van 17 mei 2017 is vermeld, maakt het tegendeel niet aannemelijk. Overigens merkt het College op dat appellant niet naar Heerlen behoefde te reizen om gehoord te worden, nu uit het door hem ondertekende antwoordformulier blijkt dat hij ervoor had kunnen kiezen telefonisch gehoord te worden.
Over de door appellant genoemde kwestie dat hij eerdere feedback volgens de eerste begeleider op juiste wijze had verwerkt, waarna de tweede begeleider opmerkte dat hetgeen hij had opgeschreven inhoudelijk incorrect is, heeft de examinator ter zitting van het CBE toegelicht dat dit een vergissing van de eerste begeleider betreft. De examinator, die na advies van de eerste en tweede begeleider het cijfer heeft toegekend, was van deze vergissing op de hoogte en achtte, ook met inachtneming van deze omstandigheid, het toegekende cijfer juist. In het door de eerste en tweede begeleider opgestelde beoordelingsformulier staat bij vier beoordelingspunten vermeld dat ‘sturing’ nodig was. Bij ‘zelfstandigheid’ is vermeld dat die onder gemiddeld was, met name bij de design van het onderzoek en de analyses. Hieruit blijkt dat niet slechts de vergissing heeft geleid tot het standpunt van de begeleiders dat appellant sturing nodig had en zijn zelfstandigheid onder gemiddeld was. Er bestaat daarom geen aanleiding voor het oordeel dat de vergissing heeft geleid tot een onzorgvuldige beoordeling.
Gelet op het voorgaande, heeft het CBE de vaststelling van het cijfer terecht in stand gelaten omdat bij de beoordeling aan de voorschriften van procedurele aard die bij of krachtens de Awb, de WHW of enig andere wet in formele zin zijn gesteld, is voldaan.
De betogen falen.

Downloads