Skip content

2017/155/CBE

Beroep tegen de beslissing van het CBE van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen waarbij het administratief beroep tegen de weigering van de examencommissie om appellante vrijstelling te verlenen voor module 7: zorginnovatie in de praktijk, ongegrond is verklaard.

Zaaknummer: 2017/155
Zittingsdag: Donderdag 23 november 2017
Datum uitspraak: 26-02-2018
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen:

2.3. De Examencommissie heeft niet de kwaliteit van het door appellante ingeleverde werkstuk in twijfel getrokken, maar gesteld dat een individuele prestatie een minimumvoorwaarde is voor de verlening van een vrijstelling, wat ook blijkt uit de beschrijving en de inrichtingsvorm van de module 7. Appellante heeft volgens verweerder, met de inlevering van een groepswerkstuk, ongeacht de kwaliteit daarvan, niet voldaan aan deze voorwaarde.
2.3.1. Naar het oordeel van het College heeft het CBE, de Examencommissie volgend, zich in redelijkheid op dit standpunt mogen stellen. In de stelling van appellante dat zij voor het ingeleverde werkstuk geen voldoende zou hebben behaald indien haar bijdrage daaraan niet naar behoren was geweest, hoefde geen aanleiding te worden gezien voor een ander oordeel. Vast stond dat het werkstuk niet van appellante alleen afkomstig was, zodat de precieze inhoud van haar bijdrage daaraan niet kon worden onderscheiden en beoordeeld.
2.3.2. Van een rechtens te honoreren aan appellante gedane toezegging dat zij een vrijstelling zou krijgen voor de module 7 is niet gebleken. Dat appellante uit gesprekken met een docent de indruk heeft gekregen dat vrijstelling wel tot de mogelijkheden zou behoren, is met een toezegging niet gelijk te stellen en dient reeds daarom voor haar risico te blijven. Aan de informatie op de website heeft appellante evenmin het gerechtvaardigde vertrouwen kunnen en mogen ontlenen dat zij een vrijstelling zou krijgen, reeds omdat deze informatie niet op haar persoonlijke omstandigheden is toegesneden.

Downloads