Skip content

2017/157/CBE

Beroep tegen de beslissing van CBE Hanzehogeschool waarbij het administratief beroep van appellant tegen de beslissing van de examencommissie hem een sanctie op te leggen wegens plagiaat, ongegrond is verklaard.

Zaaknummer: 2017/157
Zittingsdag: Donderdag 4 januari 2018
Datum uitspraak: 03-04-2018
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen:

Beoordeling door het College
2.3.1. Voorop staat dat, zoals het College eerder heeft overwogen (zie uitspraak van 9 januari 2017 in zaak nr. 2016/125; www.cbho.nl), plagiaat een vorm van fraude is die met inachtneming van de in de WHW en OER neergelegde regels kan worden gesanctioneerd. De vraag of fraude is gepleegd, dient te worden beoordeeld aan de hand van objectieve maatstaven, waarbij, anders dan appellant heeft betoogd, de intenties van de betrokken student niet van belang zijn.
2.3.2. Naar het oordeel van het College heeft verweerder zich, de examencommissie volgend, terecht op het standpunt gesteld dat de handelwijze van appellant plagiaat is in de zin van artikel 6.5 van de OER. Niet in geschil is dat appellant de website, waarvan de teksten zijn overgenomen, heeft gebruikt voor het antwoord op de vragen. Uit de door appellant overgenomen teksten volgt dat hij niet alleen woorden heeft overgenomen, maar dat hij ook de beeldspraak en formuleringen van de teksten op de website heeft overgenomen. Verweerder stelt terecht dat appellant teksten min of meer letterlijk heeft overgenomen. Die overname had appellant moeten verantwoorden door middel van bronvermelding. Dat een geringe hoeveelheid tekst is overgenomen, is, zoals verweerder verder terecht heeft aangevoerd, van belang voor de hoogte van de sanctie, maar niet op de kwalificatie van het handelen als plagiaat. Die sanctie bestaat uit het opnemen van ‘GK’ in Osiris en het moeten herkansen van de desbetreffende vragen uit de opdracht.
Het College volgt appellant evenmin in zijn betoog dat zijn handelen niet als plagiaat is te kwalificeren, omdat de overgenomen tekst als algemeen gedachtegoed moet worden aangemerkt, dat als vanzelfsprekende kennis binnen het domein wordt gezien. Voor zover de overgenomen tekst al als algemeen gedachtegoed valt aan te merken, heeft verweerder aangegeven dat hetgeen door appellant is overgenomen van de website niet als vanzelfsprekende kennis kan worden beschouwd onder eerstejaarsstudenten. Ter zitting van het College is namens verweerder toegelicht dat het onderwerp van de vragen in de opdracht in de ICT-wereld geen geëigende en algemeen erkende kennis is en dat het daarmee zeer specialistische kennis betreft. Het College ziet geen grond voor het oordeel dit standpunt van verweerder onjuist te achten.
Tot slot bestaat geen grond voor het oordeel dat de door de examencommissie opgelegde sanctie onevenredig is.
2.3.3. Over het door appellant aangedragen betoog dat verweerder zijn klacht op grond van de privacywetgeving ten onrechte niet heeft behandeld, kan het College zich niet uitlaten omdat het, evenmin als de examencommissie, ter zake bevoegd is.

Downloads