Skip content

2017/181/CBE

Beroep tegen de beslissing van het CBE van de Hogeschool van Amsterdam waarbij het administratief beroep van appellant tegen de beslissing van de Examencommissie van de Faculteit Gezondheid om de gemaakte herkansing niet te beoordelen omdat appellant niet voor dat tentamen stond ingeschreven, ongegrond is verklaard.

Zaaknummer: 2017/181
Zittingsdag: Woensdag 20 december 2017
Datum uitspraak: 18-01-2018
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen:

2.3. Uit de toepasselijke Onderwijs- en examenregeling volgt dat inschrijving verplicht is om aan een herkansing te mogen deelnemen. Niet in geschil is dat appellant niet was ingeschreven voor de herkansing en derhalve niet gerechtigd was deel te nemen. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder de afwijzing van het verzoek om het behaalde resultaat toch mee te tellen, ten onrechte in stand heeft gelaten. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat het mislukken van zijn inschrijvingspoging het gevolg is van omstandigheden die niet voor zijn risico komen. Hierbij is van belang dat de examencommissie heeft aangegeven onderzoek te hebben gedaan in de SIS administratie, maar hierin geen tekenen van inschrijving of pogingen daartoe door appellant te hebben aangetroffen. De examencommissie heeft in een door verweerder bij zijn verweerschrift gevoegde verklaring van 23 november 2017 voorts laten weten dat zich 117 studenten voor de desbetreffende herkansing hebben ingeschreven en dat er geen problemen met bevestigings-e-mails waren. Dat het SIS in mei 2017 niet goed heeft gefunctioneerd, betekent niet dat het SIS ook in juni 2017 niet goed heeft gefunctioneerd. Appellant heeft zich voorts op de een na laatste dag van de inschrijvingstermijn proberen in te schrijven. Hij had derhalve, na het achterwege blijven van een bevestiging op 6 juni 2017, die onmiddellijk na inschrijving pleegt te worden toegezonden, nog een dag om contact op te nemen met de hogeschool en zijn inschrijving alsnog in orde te maken. Voor zover appellant een beroep op het vertrouwensbeginsel doet, kan dit niet worden gehonoreerd. Uit het advies van de coördinator van het tweede semester en zijn studieloopbaanbegeleider om het tentamen af te leggen kon hij niet het gerechtvaardigde vertrouwen ontlenen dat het resultaat van de herkansing, ondanks dat hij niet tot deelname was gerechtigd, zou worden meegeteld. Zowel de coördinator van het tweede semester en zijn studieloopbaanbegeleider kon op dat moment immers niet overzien of de inschrijving inderdaad, zoals appellant stelde, ten onrechte niet had plaatsgevonden.
Het betoog faalt.

Downloads