Skip content

2017/191/CBE

Beroep tegen de beslissing van het College van Beroep voor de Examens van Hogeschool Inholland waarbij het administratief beroep van appellant tegen het door de directeur van het Domein Business, Finance en Law verstrekte bindend negatief studieadvies voor de opleiding Bedrijfskunde, ongegrond is verklaard.

Zaaknummer: 2017/191
Zittingsdag: Woensdag 20 december 2017
Datum uitspraak: 18-01-2018
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen:

2.4. Appellant is aan het eind van het studiejaar 2015-2016 in eerste instantie een BNSA gegeven. Dit is echter ingetrokken en vervangen voor uitstel van een studieadvies wegens persoonlijke omstandigheden, bestaande uit hoofdpijnklachten. Appellant is geen mededeling gedaan dat hij aan de studienorm had voldaan en dat hij zijn studie kon voortzetten. De directeur was derhalve bevoegd om appellant, nu deze het propedeutisch examen nog niet met goed gevolg heeft afgelegd aan het eind van het studiejaar 2016-2017, bij het niet halen van de propedeuse, alsnog een BNSA te geven. Vergelijk de uitspraak van het College van 3 oktober 2016 in zaak nr. 2016/118 (www.cbho.nl). Verweerder mocht zich voorts met de directeur op het standpunt stellen dat de door appellant voor het studiejaar 2016 2017 aangevoerde persoonlijke omstandigheden de studieachterstand onvoldoende verklaren. In het studiejaar 2015 2016 heeft appellant immers, ondanks zijn hoofdpijnklachten, 50 studiepunten gehaald. In het studiejaar 2016-2017 heeft appellant alleen drie studiepunten voor tweedejaarsvakken gehaald. Appellant is voorts voor een beperkte periode in Suriname geweest, namelijk van begin december 2016 tot begin januari 2017. Deze afwezigheid verklaart niet dat hij in het gehele studiejaar geen studiepunt voor eerstejaarsvakken heeft gehaald. Verweerder heeft derhalve terecht het BNSA in stand gelaten.
Het betoog faalt.

Downloads