Skip content

2017/193/CBE

Beroep tegen de beslissing van het CBE van de Hogeschool van Amsterdam waarbij het administratief beroep van appellante tegen de beslissing van de examencommissie om haar namens de decaan een bindend negatief studieadvies te verstrekken voor de opleiding Forensisch Onderzoek, ongegrond is verklaard.

Zaaknummer: 2017/193
Zittingsdag: Woensdag 14 februari 2018 Middag
Datum uitspraak: 20-03-2018
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen:

2.5. Het College overweegt als volgt. Uit de adviezen van de studentendecaan blijkt dat appellante haar psychische klachten eerst op 21 juni 2017 bij de studentendecaan heeft gemeld. Het contact tussen appellante en de decaan in januari 2017 had uitsluitend betrekking op de stress die appellante ervoer bij het vak Chemie. Haar stelling dat zij de klachten eerder heeft gemeld, heeft appellante niet met stukken gestaafd. Uit het door appellante overgelegde behandelplan van een GZ-psycholoog blijkt dat zij in verband met de klachten halverwege mei 2017 door de huisarts is doorverwezen. Gelet hierop, is niet aannemelijk geworden dat de psychische klachten van appellante zich sinds december 2016 hebben voorgedaan. Dat appellante sinds halverwege mei 2017 psychische klachten heeft ervaren, is een onvoldoende verklaring voor het niet behalen van 27 studiepunten van de propedeutische fase. Daar komt bij dat appellante heeft verklaard dat zij niet de juiste keuzen heeft gemaakt en dat het niet verstandig van haar is geweest om zich niet op de eerstejaarsvakken te concentreren. Het CBE heeft derhalve terecht geoordeeld dat de examencommissie appellante een BNSA heeft mogen geven. Er bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de beslissing van het CBE onvoldoende is gemotiveerd. Het betoog faalt.

Downloads