Skip content

2017/239

Beroep tegen de beslissing van de Hogeschool Rotterdam waarbij het bezwaar van appellante tegen de weigering haar in te schrijven voor de opleiding Vastgoed en Makelaardij omdat niet tijdig aan alle inschrijvingsvoorwaarden is voldaan, ongegrond is verklaard.

Zaaknummer: 2017/239
Zittingsdag: Woensdag 14 februari 2018 Ochtend
Datum uitspraak: 12-04-2018
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen:

2.4. Uit de in 2.1 weergegeven bepalingen, in onderlinge samenhang gelezen, leidt het College af dat verweerder het bezit van een relevant diploma vóór 1 september van het desbetreffende studiejaar als inschrijvingsvereiste stelt. Uit hetgeen appellante naar voren heeft gebracht over de door haar gedane telefonische navraag blijkt dat zij van deze eis op de hoogte was. Dat appellante, mede naar aanleiding van de telefonisch verstrekte informatie in de veronderstelling verkeerde dat het diploma ook later ingeleverd mocht worden, leidt daarom niet tot het oordeel dat bij haar het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat voormeld inschrijvingsvereiste voor haar niet zou gelden. Verweerder heeft zich verder in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat appellante zich niet in een bijzondere situatie bevindt op grond waarvan alsnog inschrijving per 22 september 2017 dient plaats te vinden. Ook de omstandigheden dat verweerder appellante bij wijze van voorlopige voorziening heeft ingeschreven en dat, naar appellante stelt, de beëindiging van die inschrijving met terugwerkende kracht zou kunnen leiden tot een terugbetalingsverplichting aan DUO, bieden geen grond voor het oordeel dat verweerder het inschrijvingsvereiste ten onrechte aan appellant heeft tegengeworpen. Het betoog faalt.

Downloads